Psalmen 103
Loof de HEER, o mijn ziel: en alles wat in mij is, loof Zijn heilige naam.
Loof de HEER, o mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden:
Die al uw ongerechtigheden vergeeft; die al uw ziekten geneest;
Die uw leven verlost van het verderf; die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;
Die uw mond verzadigt met goede dingen; zodat uw jeugd vernieuwd wordt als die van de arend.
De HEER oefent gerechtigheid en recht uit voor allen die onderdrukt worden.
Hij heeft Zijn wegen bekend gemaakt aan Mozes, Zijn daden aan de kinderen van Israël.
De HEER is barmhartig en genadig, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid.
Hij zal niet altijd twisten: en Hij zal Zijn toorn niet voor eeuwig bewaren.
Hij heeft ons niet behandeld naar onze zonden; noch heeft Hij ons beloond naar onze ongerechtigheden.
Want zo hoog als de hemel boven de aarde is, zo groot is Zijn goedertierenheid jegens hen die Hem vrezen.
Zo ver als het oosten van het westen is, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons verwijderd.
Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEER Zich over hen die Hem vrezen.
Want Hij kent ons maaksel; Hij gedenkt dat wij stof zijn.
De mens, zijn dagen zijn als het gras; als een bloem des velds, zo bloeit hij.
Want wanneer de wind daarover gaat, is zij er niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.
Maar de goedertierenheid des HEREN is van eeuwigheid tot eeuwigheid over hen die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid tot kindskinderen,
tot hen die Zijn verbond bewaren en aan Zijn bevelen gedenken om die te doen.
De HEER heeft Zijn troon in de hemel bereid, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.
Loof de HEER, gij Zijn engelen, gij krachtige helden, die Zijn bevelen doet, gehoorzamend aan de stem van Zijn woord.
Looft de HEER, al Zijn legerscharen, gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet.
Looft de HEER, al Zijn werken, in alle plaatsen van Zijn heerschappij. Loof de HEER, mijn ziel.
22 verzen
Statenvertaling