BijbelPsalmenHoofdstuk 110

Psalmen 110

VorigeVolgende
Statenvertaling · VSV
1

De HEER zei tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor Uw voeten.

2

De HEER zal de scepter van Uw kracht zenden uit Sion; heers in het midden van Uw vijanden.

3

Uw volk zal gewillig zijn op de dag van Uw kracht, in de heerlijkheid der heiligheid, uit de schoot van de dageraad; Gij hebt de dauw van Uw jeugd.

4

De HEER heeft gezworen en zal er geen berouw over hebben: Gij zijt een priester voor eeuwig naar de orde van Melchizedek.

5

De Heer aan Uw rechterhand zal koningen doorboren op de dag van Zijn toorn.

6

Hij zal rechtspreken onder de heidenen; Hij zal de plaatsen vullen met dode lichamen; Hij zal de hoofden over vele landen verbrijzelen.

7

Hij zal drinken van de beek op de weg; daarom zal Hij het hoofd opheffen.

7 verzen

Statenvertaling

VorigeVolgende