Psalmen 138
Ik zal U loven met mijn ganse hart; voor de goden zal ik U psalmzingen.
Ik zal aanbidden naar Uw heilig paleis en Uw Naam loven om Uw goedertierenheid en om Uw trouw; want Gij hebt Uw woord groot gemaakt boven al Uw Naam.
Op de dag dat ik riep, hebt Gij mij verhoord, en hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
Al de koningen der aarde zullen U loven, o HEER, wanneer zij de woorden van Uw mond horen.
Ja, zij zullen zingen van de wegen des HEREN, want groot is de heerlijkheid des HEREN.
Want de HEER is verheven, maar Hij ziet de nederige aan; doch de hoogmoedige kent Hij van verre.
Wanneer ik midden in benauwdheid wandel, dan zult Gij mij levend maken; Gij zult Uw hand uitstrekken tegen de toorn van mijn vijanden, en Uw rechterhand zal mij verlossen.
De HEER zal het voor mij voleindigen; Uw goedertierenheid, o HEER, is tot in eeuwigheid; laat niet varen de werken van Uw handen.
8 verzen
Statenvertaling