Psalmen 145
Ik zal U verhogen, mijn God, o Koning; en ik zal Uw naam loven tot in eeuwigheid.
Elke dag zal ik U loven; en ik zal Uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
Groot is de HEER en hooglijk te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
Het ene geslacht zal Uw werken aan het andere roemen, en zij zullen Uw machtige daden verkondigen.
Ik zal spreken van de heerlijke majesteit van Uw eer, en van Uw wonderlijke werken.
En de mensen zullen spreken van de kracht van Uw geduchte daden; en ik zal Uw grootheid verkondigen.
Zij zullen overvloedig de gedachtenis van Uw grote goedheid uitspreken, en zij zullen zingen van Uw gerechtigheid.
De HEER is genadig en barmhartig; lankmoedig en van grote goedertierenheid.
De HEER is goed voor allen; en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
Al Uw werken zullen U loven, o HEER; en Uw heiligen zullen U zegenen.
Zij zullen spreken van de heerlijkheid van Uw koninkrijk, en van Uw macht gewagen;
Om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken, en de heerlijke majesteit van Zijn koninkrijk.
Uw koninkrijk is een eeuwig koninkrijk, en Uw heerschappij duurt door alle geslachten.
De HEER ondersteunt allen die vallen, en richt op allen die neergebogen zijn.
De ogen van allen wachten op U; en U geeft hun hun spijze op zijn tijd.
U opent Uw hand, en vervult het verlangen van alles wat leeft.
De HEER is rechtvaardig in al Zijn wegen, en heilig in al Zijn werken.
De HEER is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem in waarheid aanroepen.
Hij zal het verlangen vervullen van hen die Hem vrezen; ook zal Hij hun geroep horen en hen verlossen.
De HEER bewaart allen die Hem liefhebben, maar alle goddelozen zal Hij verdelgen.
Mijn mond zal de lof van de HEER spreken, en alle vlees zal zijn heilige naam loven tot in eeuwigheid.
21 verzen
Statenvertaling