Psalmen 149
Prijs de HEER. Zing de HEER een nieuw lied, zijn lof in de vergadering der heiligen.
Laat Israël zich verblijden in zijn Maker; laten de kinderen van Sion juichen in hun Koning.
Laten zij zijn naam loven met de dans; laten zij Hem lofzingen met tamboerijn en harp.
Want de HEER heeft een welgevallen in zijn volk; Hij siert de zachtmoedigen met heil.
Laten de heiligen jubelen in heerlijkheid; laten zij luid zingen op hun legersteden.
Laten de hoge lofzangen van God in hun mond zijn, en een tweesnijdend zwaard in hun hand,
Om wraak te oefenen over de heidenvolken en straffen over de natiën;
Om hun koningen te binden met ketenen en hun edelen met ijzeren boeien;
Om over hen het geschreven oordeel te voltrekken: deze eer is voor al zijn heiligen. Prijs de HEER.
9 verzen
Statenvertaling