Psalmen 21
De koning zal zich verblijden in Uw kracht, o HEER; en in Uw heil, hoe groot zal zijn vreugde zijn!
U hebt hem gegeven het verlangen van zijn hart en de bede van zijn lippen niet geweigerd. Sela.
Want U komt hem tegemoet met de zegeningen der goedheid; U zet een kroon van fijn goud op zijn hoofd.
Hij vroeg U om leven, en U gaf het hem, zelfs lengte van dagen voor altijd en eeuwig.
Zijn heerlijkheid is groot in Uw heil; majesteit en glorie hebt U op hem gelegd.
Want U hebt hem gesteld tot een eeuwige zegen; U hebt hem verblijd met vreugde door Uw aangezicht.
Want de koning vertrouwt op de HEER, en door de goedertierenheid van de Allerhoogste zal hij niet wankelen.
Uw hand zal al Uw vijanden vinden; Uw rechterhand zal hen vinden die U haten.
U zult hen maken als een vurige oven in de tijd van Uw toorn; de HEER zal hen verslinden in Zijn gramschap, en het vuur zal hen verteren.
Hun vrucht zult U verdelgen van de aarde, en hun nakomelingschap uit het midden der mensen.
Want zij hebben kwaad beraamd tegen U; zij hebben een verderfelijk plan bedacht, dat zij niet zullen kunnen uitvoeren.
Daarom zult U hen doen terugwijken wanneer U Uw pijlen op de pees legt, gericht op hun aangezicht.
Verhef U, HEER, in Uw eigen kracht; wij zullen zingen en Uw macht prijzen.
13 verzen
Statenvertaling