Psalmen 72
Geef de koning Uw oordelen, o God, en Uw gerechtigheid aan de koningszoon.
Hij zal Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw armen met oordeel.
De bergen zullen vrede brengen aan het volk, en de heuvels, door gerechtigheid.
Hij zal de armen van het volk recht doen, hij zal de kinderen der behoeftigen verlossen, en de onderdrukker verbrijzelen.
Zij zullen U vrezen zolang de zon en maan bestaan, door alle geslachten heen.
Hij zal neerdalen als regen op het gemaaide gras; als buien die de aarde bewateren.
In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien; en overvloed van vrede, zolang de maan bestaat.
Hij zal heersen van zee tot zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
Zij die in de woestijn wonen, zullen zich voor hem neerbuigen; en zijn vijanden zullen het stof likken.
De koningen van Tarsis en van de eilanden zullen geschenken brengen; de koningen van Scheba en Seba zullen gaven aanbieden.
Ja, alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen; alle volken zullen hem dienen.
Want hij zal de behoeftige verlossen wanneer hij roept; de arme ook, en hem die geen helper heeft.
Hij zal de arme en behoeftige sparen, en de zielen der behoeftigen verlossen.
Hij zal hun ziel verlossen van bedrog en geweld; en kostbaar zal hun bloed zijn in zijn ogen.
En hij zal leven, en hem zal gegeven worden van het goud van Scheba; ook zal er voortdurend voor hem gebeden worden; en dagelijks zal hij geprezen worden.
Er zal een handvol koren zijn op aarde op de top van de bergen; de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en zij van de stad zullen bloeien als het gras van de aarde.
Zijn naam zal voor eeuwig bestaan; zijn naam zal voortduren zolang de zon bestaat; en de mensen zullen in hem gezegend worden; alle volken zullen hem zalig prijzen.
Geloofd zij de HEER God, de God van Israël, die alleen wonderlijke dingen doet.
En geloofd zij Zijn heerlijke naam voor eeuwig; en laat de gehele aarde met Zijn heerlijkheid vervuld worden; Amen en Amen.
De gebeden van David, de zoon van Isaï, zijn ten einde.
20 verzen
Statenvertaling