Psalmen 76
In Juda is God bekend; Zijn naam is groot in Israël.
Ook is Zijn tent in Salem, en Zijn woning op Sion.
Daar verbrak Hij de pijlen van de boog, het schild, het zwaard en de strijd. Sela.
U bent glorieuzer en heerlijker dan de bergen van roof.
De stoutmoedigen zijn beroofd, zij hebben hun slaap geslapen; en geen van de dappere mannen heeft zijn handen gevonden.
Bij Uw bestraffing, o God van Jakob, zijn zowel wagen als paard in een diepe slaap gevallen.
U, ja U, moet worden gevreesd; en wie kan voor Uw aangezicht standhouden wanneer U eenmaal toornig bent?
U deed het oordeel vanuit de hemel horen; de aarde vreesde en was stil,
Toen God opstond ten oordeel, om al de zachtmoedigen der aarde te redden. Sela.
Voorwaar, de grimmigheid van de mens zal U loven; het overblijfsel van de grimmigheid zult U bedwingen.
Doet geloften en betaalt ze aan de HEER, uw God; laten allen die rondom Hem zijn geschenken brengen aan Hem die gevreesd moet worden.
Hij zal de geest van vorsten afsnijden; Hij is vreselijk voor de koningen der aarde.
12 verzen
Statenvertaling