Psalmen 83
Zwijg niet, o God; houd U niet stil, en wees niet rustig, o God.
Want zie, Uw vijanden maken rumoer; en zij die U haten, hebben het hoofd opgeheven.
Zij smeden listige plannen tegen Uw volk, en beraadslagen tegen Uw verborgenen.
Zij hebben gezegd: Kom, en laten wij hen uitroeien als volk; opdat de naam van Israël niet meer gedacht worde.
Want zij hebben samen met één wil beraadslaagd; zij hebben een verbond gesloten tegen U:
De tenten van Edom en de Ismaëlieten; Moab en de Hagrieten;
Gebal en Ammon en Amalek; de Filistijnen met de inwoners van Tyrus;
Ook Assur heeft zich bij hen gevoegd; zij zijn de kinderen van Lot tot hulp geweest. Sela.
Doe hun als de Midianieten; als aan Sisera, als aan Jabin, aan de beek van Kison;
Die bij Endor omkwamen; zij werden als mest voor de aarde.
Maak hun edelen als Oreb, en als Zeëb; ja, al hun vorsten als Zebah en als Zalmunna;
Die zeiden: Laat ons de woningen Gods voor ons in bezit nemen.
O mijn God, maak hen als een wiel; als stoppelen voor de wind.
Zoals het vuur een woud verbrandt, en de vlam de bergen in brand steekt;
Zo vervolg hen met Uw storm, en verschrik hen met Uw wervelwind.
Vervul hun aangezicht met schaamte; opdat zij Uw naam zoeken, o HEER.
Laten zij beschaamd en verschrikt worden voor altijd; ja, laten zij te schande worden en vergaan;
Opdat de mensen weten dat U, wiens naam alleen JEHOVAH is, de Allerhoogste zijt over de gehele aarde.
18 verzen
Statenvertaling