Psalmen 85
HEER, U bent Uw land genadig geweest; U hebt de gevangenen van Jakob teruggebracht.
U hebt de ongerechtigheid van Uw volk vergeven, U hebt al hun zonde bedekt. Sela.
U hebt al Uw grimmigheid weggenomen; U hebt U afgekeerd van de hitte van Uw toorn.
Bekeer ons, o God van ons heil, en doe Uw toorn jegens ons ophouden.
Zult U eeuwig tegen ons toornig zijn? Zult U Uw toorn uitstrekken tot alle geslachten?
Zult U ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?
Toon ons Uw goedertierenheid, o HEER, en geef ons Uw heil.
Ik zal horen wat God, de HEER, zal spreken, want Hij zal vrede spreken tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten; maar laat hen niet wederkeren tot dwaasheid.
Voorwaar, nabij is Zijn heil voor hen die Hem vrezen, opdat heerlijkheid in ons land wone.
Goedertierenheid en waarheid zijn elkander ontmoet; gerechtigheid en vrede hebben elkander gekust.
Waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal neerzien uit de hemel.
Ook zal de HEER het goede geven, en ons land zal zijn opbrengst geven.
Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht gaan, en zal ons zetten in het spoor van Zijn voetstappen.
13 verzen
Statenvertaling