Terug naar 1 Johannes 2
VSV
Statenvertaling

1 Johannes 2:19

Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet van ons; want als zij van ons geweest waren, zouden zij zeker bij ons gebleven zijn; maar zij zijn weggegaan, opdat het openbaar zou worden dat zij niet allen van ons zijn.

Kruisverwijzingen

Context

1 Johannes 2 — omringende verzen

14

Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent die er was van het begin af. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft, en u de boze overwonnen hebt.

15

Heb de wereld niet lief, en ook niet de dingen die in de wereld zijn. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde des Vaders niet in hem.

16

Want alles wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.

17

En de wereld gaat voorbij, en haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

18

Kleine kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist komt, zijn er ook nu reeds vele antichristen; waaruit wij weten dat het het laatste uur is.

19

Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet van ons; want als zij van ons geweest waren, zouden zij zeker bij ons gebleven zijn; maar zij zijn weggegaan, opdat het openbaar zou worden dat zij niet allen van ons zijn.

20

Maar u hebt een zalving van de Heilige, en u weet alle dingen.

21

Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet kent, maar omdat u die kent, en omdat geen leugen uit de waarheid is.

22

Wie is de leugenaar, anders hij die loochent dat Jezus de Christus is? Die is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

23

Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet; wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.

24

Laat dan in u blijven wat u van het begin af gehoord hebt. Als wat u van het begin af gehoord hebt, in u blijft, dan zult u ook in de Zoon en in de Vader blijven.