1 Johannes 4:20
“Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en hij haat zijn broeder, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder niet liefheeft, die hij gezien heeft, hoe kan die God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Johannes 4 — omringende verzen
Wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God.
16En wij hebben gekend en geloofd de liefde die God tot ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem.
17Hierin is onze liefde volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zo zijn ook wij in deze wereld.
18Er is geen vrees in de liefde, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit, want de vrees brengt pijn mee. Wie vreest, is niet volmaakt geworden in de liefde.
19Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en hij haat zijn broeder, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder niet liefheeft, die hij gezien heeft, hoe kan die God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?
En dit gebod hebben wij van Hem: dat wie God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.