Terug naar 1 Koningen 12
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 12:7

En zij spraken tot hem, zeggende: Indien gij heden een dienaar van dit volk wilt zijn en hen wilt dienen, en hen antwoorden en goede woorden tot hen spreken, dan zullen zij altijd uw dienaren zijn.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 12 — omringende verzen

2

En het geschiedde, toen Jerobeam, de zoon van Nebat, die nog in Egypte was, dit hoorde, (want hij was gevlucht voor het aangezicht van koning Salomo, en Jerobeam verbleef in Egypte;)

3

Dat zij hem lieten roepen. En Jerobeam en de gehele vergadering van Israël kwamen en spraken tot Rehabeam, zeggende:

4

Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt; verlicht nu gij de harde dienst van uw vader en zijn zwaar juk dat hij ons heeft opgelegd, en wij zullen u dienen.

5

En hij zei tot hen: Gaat heen voor drie dagen, kom dan weer tot mij. En het volk ging heen.

6

En koning Rehabeam raadpleegde de ouden die voor Salomo zijn vader hadden gestaan terwijl hij nog leefde, en zei: Hoe raadt gij mij dit volk te antwoorden?

7

En zij spraken tot hem, zeggende: Indien gij heden een dienaar van dit volk wilt zijn en hen wilt dienen, en hen antwoorden en goede woorden tot hen spreken, dan zullen zij altijd uw dienaren zijn.

8

Maar hij verwierp de raad van de ouden die zij hem hadden gegeven, en raadpleegde de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en die voor hem stonden:

9

En hij zei tot hen: Welke raad geeft gij, dat wij dit volk mogen antwoorden, die tot mij hebben gesproken, zeggende: Verlicht het juk dat uw vader ons heeft opgelegd?

10

En de jonge mannen die met hem waren opgegroeid, spraken tot hem, zeggende: Zo zult gij spreken tot dit volk dat tot u gesproken heeft, zeggende: Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt, maar verlicht het voor ons; zo zult gij tot hen zeggen: Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan de lendenen van mijn vader.

11

En nu, terwijl mijn vader u met een zwaar juk heeft beladen, zal ik uw juk nog zwaarder maken; mijn vader heeft u met gesels getuchtigd, maar ik zal u met schorpioenen tuchtigen.

12

Zo kwamen Jerobeam en al het volk op de derde dag tot Rehabeam, zoals de koning had gezegd: Komt op de derde dag weder tot mij.