1 Koningen 15:34
“En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, en wandelde in de weg van Jeroboam en in zijn zonde, waarmee hij Israël tot zonde had verleid.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 15 — omringende verzen
En het geschiedde, toen hij regeerde, dat hij het gehele huis van Jeroboam versloeg; hij liet Jeroboam niemand over die ademde, totdat hij hem uitgeroeid had, overeenkomstig het woord van de HEER, dat Hij gesproken had door zijn knecht Ahia, de Siloniet:
30Vanwege de zonden van Jeroboam, die hij begaan had en waarmee hij Israël tot zonde had verleid, door de ergernis waarmee hij de HEER, de God van Israël, tot toorn had verwekt.
31Het overige nu van de daden van Nadab, en alles wat hij deed, is dat niet beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël?
32En er was oorlog tussen Asa en Baësa, de koning van Israël, al hun dagen.
33In het derde jaar van Asa, de koning van Juda, begon Baësa, de zoon van Ahia, over geheel Israël te regeren in Tirza, vierentwintig jaar.
En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, en wandelde in de weg van Jeroboam en in zijn zonde, waarmee hij Israël tot zonde had verleid.