1 Koningen 15:4
“Doch om Davids wil gaf de HEER, zijn God, hem een lamp te Jeruzalem, om zijn zoon na hem op te richten, en Jeruzalem te bevestigen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 15 — omringende verzen
In het achttiende jaar van koning Jerobeam, de zoon van Nebat, werd Abijam koning over Juda.
2Drie jaar regeerde hij te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Maächa, de dochter van Abisalom.
3En hij wandelde in al de zonden van zijn vader, die hij vóór hem gedaan had; en zijn hart was niet volkomen met de HEER, zijn God, zoals het hart van zijn vader David.
Doch om Davids wil gaf de HEER, zijn God, hem een lamp te Jeruzalem, om zijn zoon na hem op te richten, en Jeruzalem te bevestigen.
Omdat David gedaan had wat recht was in de ogen van de HEER, en van niets afgeweken was wat Hij hem geboden had, al de dagen van zijn leven, behalve alleen in de zaak van Uria, de Hethiet.
6En er was oorlog tussen Rehabeam en Jerobeam al de dagen van zijn leven.
7Het overige nu der geschiedenis van Abijam, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda? En er was oorlog tussen Abijam en Jerobeam.
8En Abijam ontsliep met zijn vaderen; en zij begroeven hem in de stad van David; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.
9En in het twintigste jaar van Jeroboam, de koning van Israël, begon Asa over Juda te regeren.