1 Koningen 17:23
“En Elia nam het kind en bracht het uit het bovenvertrek naar beneden, in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zei: Zie, uw zoon leeft.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 17 — omringende verzen
En zij zei tot Elia: Wat heb ik met u te doen, o man Gods? Bent u tot mij gekomen om mijn zonde in herinnering te brengen en mijn zoon te doden?
19En hij zei tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem uit haar schoot, droeg hem naar het bovenvertrek waar hij verbleef, en legde hem op zijn eigen bed.
20En hij riep tot de HEER en zei: O HEER, mijn God, hebt U ook over de weduwe bij wie ik woon onheil gebracht, door haar zoon te doden?
21En hij strekte zich driemaal over het kind uit, riep tot de HEER en zei: O HEER, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.
22En de HEER hoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind keerde in hem terug, en het herleefde.
En Elia nam het kind en bracht het uit het bovenvertrek naar beneden, in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zei: Zie, uw zoon leeft.
En de vrouw zei tot Elia: Nu weet ik hieraan, dat u een man Gods bent, en dat het woord van de HEER in uw mond waarheid is.