Terug naar 1 Koningen 21
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 21:4

En Ahab ging in zijn huis, neerslachtig en misnoegd, vanwege het woord dat Naboth de Jizreëliet tot hem gesproken had; want hij had gezegd: Ik zal u de erfenis van mijn vaderen niet geven. En hij legde zich neer op zijn bed, wendde zijn gezicht af en wilde geen brood eten.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 21 — omringende verzen

1

En het geschiedde na deze dingen, dat Naboth de Jizreëliet een wijngaard had, die in Jizreël was, bij het paleis van Ahab, de koning van Samaria.

2

En Ahab sprak tot Naboth en zei: Geef mij uw wijngaard, opdat ik die tot een kruidhof heb, want hij is dicht bij mijn huis; en ik zal u daarvoor een betere wijngaard geven; of, als het u goeddunkt, zal ik u de waarde ervan in geld geven.

3

En Naboth zei tot Ahab: De HEER verhoede het mij, dat ik de erfenis van mijn vaderen aan u zou geven.

4

En Ahab ging in zijn huis, neerslachtig en misnoegd, vanwege het woord dat Naboth de Jizreëliet tot hem gesproken had; want hij had gezegd: Ik zal u de erfenis van mijn vaderen niet geven. En hij legde zich neer op zijn bed, wendde zijn gezicht af en wilde geen brood eten.

5

Maar Jezebel zijn vrouw kwam tot hem en zei tot hem: Waarom is uw geest zo bedroefd, dat u geen brood eet?

6

En hij zei tot haar: Omdat ik tot Naboth de Jizreëliet gesproken heb en tot hem gezegd heb: Geef mij uw wijngaard voor geld; of, als het u behaagt, zal ik u een andere wijngaard daarvoor geven; en hij antwoordde: Ik zal u mijn wijngaard niet geven.

7

En Jezebel zijn vrouw zei tot hem: Regeert u nu het koninkrijk van Israël? Sta op, eet brood en laat uw hart vrolijk zijn; ik zal u de wijngaard van Naboth de Jizreëliet geven.

8

Zo schreef zij brieven in Ahabs naam, verzegelde ze met zijn zegel en zond de brieven aan de oudsten en de edelen die in zijn stad woonden, bij Naboth.

9

En zij schreef in de brieven: Roept een vasten uit en stelt Naboth vooraan onder het volk;