1 Koningen 22:44
“En Josafat sloot vrede met de koning van Israël.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 22 — omringende verzen
Het overige nu van de geschiedenis van Achab, en alles wat hij gedaan heeft, en het ivoren huis dat hij gebouwd heeft, en al de steden die hij gebouwd heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Israël?
40Zo ontsliep Achab met zijn vaderen, en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.
41En Josafat, de zoon van Asa, werd koning over Juda in het vierde jaar van Achab, de koning van Israël.
42Josafat was vijfendertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Azuba, de dochter van Silhi.
43En hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa; hij week daarvan niet af en deed wat recht was in de ogen van de HEER. Alleen werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en ontstak nog reukwerk op de hoogten.
En Josafat sloot vrede met de koning van Israël.
Het overige nu van de geschiedenis van Josafat, en zijn macht die hij getoond heeft, en hoe hij gestreden heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda?
46En het overblijfsel van de schandjongens dat overgebleven was in de dagen van zijn vader Asa, deed hij uit het land weg.
47Er was toen geen koning in Edom; een stadhouder was koning.
48Josafat liet schepen van Tarsis maken om naar Ofir te varen voor goud, maar zij voeren niet, want de schepen werden stukgeslagen bij Ezion-Geber.
49Toen zei Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn dienaren met uw dienaren meegaan in de schepen. Maar Josafat wilde niet.