Terug naar 1 Koningen 3
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 3:5

Te Gibeon verscheen de HEER aan Salomo in een droom des nachts, en God zei: Vraag wat Ik u geven zal.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 3 — omringende verzen

1

En Salomo verzwagerde zich met Farao, de koning van Egypte, en nam de dochter van Farao, en bracht haar in de stad van David, totdat hij klaar was met het bouwen van zijn eigen huis en het huis des HEREN en de muur van Jeruzalem rondom.

2

Alleen offerde het volk op de hoogten, omdat er in die dagen nog geen huis gebouwd was voor de naam des HEREN.

3

En Salomo had de HEER lief en wandelde in de inzettingen van zijn vader David; alleen offerde hij en brandde reukwerk op de hoogten.

4

En de koning ging naar Gibeon om daar te offeren, want dat was de grote hoogte; duizend brandoffers bracht Salomo op dat altaar.

5

Te Gibeon verscheen de HEER aan Salomo in een droom des nachts, en God zei: Vraag wat Ik u geven zal.

6

En Salomo zei: Gij hebt aan uw knecht, mijn vader David, grote goedertierenheid bewezen, naar dat hij voor U wandelde in waarheid en gerechtigheid en oprechtheid des harten; en Gij hebt hem deze grote goedertierenheid bewaard, dat Gij hem een zoon hebt gegeven om op zijn troon te zitten, zoals het heden is.

7

En nu, o HEER mijn God, Gij hebt uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; maar ik ben nog maar een kleine jongen: ik weet niet hoe ik moet uitgaan of ingaan.

8

En uw knecht staat te midden van uw volk dat Gij hebt uitverkoren, een groot volk dat vanwege de menigte niet geteld of gerekend kan worden.

9

Geef dan uw knecht een verstandig hart om uw volk te richten, zodat ik onderscheid kan maken tussen goed en kwaad; want wie is in staat om dit uw zo grote volk te richten?

10

En het behaagde de HEER dat Salomo dit had gevraagd.