1 Koningen 4:3
“Elihoreph en Ahia, de zonen van Sisa, schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, de kanselier.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 4 — omringende verzen
Zo was koning Salomo koning over geheel Israël.
2En dit waren de vorsten die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, de priester;
Elihoreph en Ahia, de zonen van Sisa, schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, de kanselier.
En Benaja, de zoon van Jojada, was over het leger; en Zadok en Abjathar waren priesters.
5En Azaria, de zoon van Nathan, was over de opzieners; en Zabud, de zoon van Nathan, was een voornaam raadsman en vriend des konings.
6En Ahisar was over het huis; en Adoniram, de zoon van Abda, was over de herendienst.
7En Salomo had twaalf opzieners over geheel Israël, die voor de koning en zijn huis levensmiddelen verschaften; ieder moest één maand per jaar voor de voorziening zorgen.
8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur, op het gebergte van Efraïm;