Terug naar 1 Koningen 5
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 5:9

Mijn dienaren zullen die van de Libanon naar de zee brengen, en ik zal ze over zee op vlotten vervoeren naar de plaats die u mij zult aanwijzen, en ik zal ze daar doen lossen, en u zult ze in ontvangst nemen; en u zult mijn wens vervullen door voedsel te verschaffen aan mijn huis.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 5 — omringende verzen

4

Maar nu heeft de HEER, mijn God, mij rust gegeven aan alle zijden, zodat er geen tegenstander is en geen kwaad gevaar.

5

En zie, ik ben van plan een huis te bouwen voor de Naam van de HEER, mijn God, zoals de HEER tot David, mijn vader, gesproken heeft, zeggende: Uw zoon, dien Ik op uw troon in uw plaats zal stellen, die zal het huis bouwen voor Mijn Naam.

6

Geef dan nu bevel dat men mij cederbomen uit de Libanon houwt; en mijn dienaren zullen bij uw dienaren zijn, en ik zal u loon geven voor uw dienaren naar alles wat u zult vaststellen; want u weet dat er bij ons niemand is die hout weet te houwen zoals de Sidoniërs.

7

En het geschiedde, toen Hiram de woorden van Salomo hoorde, dat hij zich zeer verheugde en zei: Geloofd zij de HEER heden, Die aan David een wijze zoon gegeven heeft over dit grote volk.

8

En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord wat u mij gezonden hebt te vragen; en ik zal al uw wens vervullen aangaande cederhout en aangaande dennenhout.

9

Mijn dienaren zullen die van de Libanon naar de zee brengen, en ik zal ze over zee op vlotten vervoeren naar de plaats die u mij zult aanwijzen, en ik zal ze daar doen lossen, en u zult ze in ontvangst nemen; en u zult mijn wens vervullen door voedsel te verschaffen aan mijn huis.

10

Zo gaf Hiram aan Salomo cederbomen en dennenbomen naar al zijn wens.

11

En Salomo gaf Hiram twintigduizend kor tarwe als voedsel voor zijn huis, en twintig kor zuivere olie; zo gaf Salomo aan Hiram jaar na jaar.

12

En de HEER gaf Salomo wijsheid, zoals Hij hem beloofd had; en er was vrede tussen Hiram en Salomo, en zij beiden sloten een verbond.

13

En koning Salomo hief een heffing op over geheel Israël; en de heffing bedroeg dertigduizend man.

14

En hij zond hen naar de Libanon, telkens tienduizend per maand bij beurten; één maand waren zij in de Libanon en twee maanden thuis; en Adoniram was over de heffing.