1 Korintiërs 10:29
“Het geweten, zeg ik, niet het uwe, maar dat van de ander; want waarom zou mijn vrijheid geoordeeld worden door een anders geweten?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 10 — omringende verzen
Niemand zoeke het zijne, maar een ieder het welzijn van de ander.
25Alles wat in de vleeshal verkocht wordt, dat eet, zonder te vragen om der gewetenswil;
26Want de aarde is des Heren, en de volheid daarvan.
27Als iemand van de ongelovigen u uitnodigt en gij wilt gaan, eet dan alles wat u voorgezet wordt, zonder te vragen om der gewetenswil.
28Maar als iemand tot u zegt: Dit is aan afgoden geofferd, eet het dan niet, omwille van hem die het u mededeelde, en om der gewetenswil; want de aarde is des Heren, en de volheid daarvan;
Het geweten, zeg ik, niet het uwe, maar dat van de ander; want waarom zou mijn vrijheid geoordeeld worden door een anders geweten?
Want indien ik met dankzegging deel, waarom word ik dan belasterd om datgene waarvoor ik dankzeg?
31Hetzij dan dat gij eet, of drinkt, of wat gij ook doet, doet het alles ter ere van God.
32Geeft geen aanstoot, noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods;
33Gelijk ook ik in alle dingen allen behagelijk ben, niet zoekende mijn eigen voordeel, maar het voordeel van velen, opdat zij behouden worden.