1 Korintiërs 14:16
“Want indien gij de zegen uitspreekt met de geest, hoe zal hij die de plaats van de onkundige inneemt, amen zeggen op uw dankzegging, aangezien hij niet weet wat gij zegt?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 14 — omringende verzen
Indien ik dan de betekenis van de stem niet ken, zal ik voor hem die spreekt een barbaar zijn, en hij die spreekt zal voor mij een barbaar zijn.
12Zo ook gij, aangezien gij ijveraars zijt voor geestelijke gaven, zoekt dat gij overvloedig zijt tot stichting van de gemeente.
13Daarom, laat wie in een onbekende tong spreekt, bidden dat hij het uitlegt.
14Want indien ik in een onbekende tong bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand is onvruchtbaar.
15Wat is het dan? Ik zal bidden met de geest, en ik zal ook bidden met het verstand; ik zal zingen met de geest, en ik zal ook zingen met het verstand.
Want indien gij de zegen uitspreekt met de geest, hoe zal hij die de plaats van de onkundige inneemt, amen zeggen op uw dankzegging, aangezien hij niet weet wat gij zegt?
Want gij geeft wel op goede wijze dank, maar de ander wordt niet gesticht.
18Ik dank mijn God dat ik meer in tongen spreek dan gij allen;
19Maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden met mijn verstand spreken, opdat ik ook anderen zou kunnen onderwijzen, dan tienduizend woorden in een onbekende tong.
20Broeders, weest geen kinderen in het verstand; doch weest kinderen in de boosheid, maar weest volwassenen in het verstand.
21In de wet is geschreven: Door mensen van andere tongen en door andere lippen zal Ik tot dit volk spreken, en zelfs zo zullen zij Mij niet horen, zegt de HEER.