1 Korintiërs 14:6
“Nu dan, broeders, als ik tot u kom en in tongen spreek, wat zal ik u baten, tenzij ik tot u spreek hetzij door openbaring, of door kennis, of door profetie, of door lering?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 14 — omringende verzen
Jaag de liefde na, en streef naar de geestelijke gaven, maar meer nog dat gij moogt profeteren.
2Want wie in een onbekende tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God; want niemand verstaat het, hoewel hij in de geest verborgenheden spreekt.
3Maar wie profeteert, spreekt tot mensen tot stichting, vermaning en vertroosting.
4Wie in een onbekende tong spreekt, sticht zichzelf; maar wie profeteert, sticht de gemeente.
5Ik zou willen dat gij allen in tongen spraakt, maar meer nog dat gij profeteerdet; want groter is hij die profeteert dan hij die in tongen spreekt, tenzij hij het uitlegt, opdat de gemeente stichting zou ontvangen.
Nu dan, broeders, als ik tot u kom en in tongen spreek, wat zal ik u baten, tenzij ik tot u spreek hetzij door openbaring, of door kennis, of door profetie, of door lering?
Evenzo de levensloze dingen die geluid geven, hetzij fluit of harp, indien zij geen onderscheid in de tonen geven, hoe zal men weten wat er op de fluit of harp gespeeld wordt?
8Want indien de bazuin een onduidelijk geluid geeft, wie zal zich tot de strijd gereedmaken?
9Zo ook gij, indien gij door de tong geen verstaanbare woorden voortbrengt, hoe zal men weten wat er gesproken wordt? Want gij zult in de lucht spreken.
10Er zijn, het kan zijn, zoveel soorten van stemmen in de wereld, en geen daarvan is zonder betekenis.
11Indien ik dan de betekenis van de stem niet ken, zal ik voor hem die spreekt een barbaar zijn, en hij die spreekt zal voor mij een barbaar zijn.