1 Korintiërs 15:37
“En wat u zaait, zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kaal graan, misschien van tarwe of van enig ander graan.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 15 — omringende verzen
Indien ik naar menselijke wijze met wilde dieren heb gevochten te Efeze, wat baat het mij, als de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.
33Laat u niet misleiden: slechte omgang bederft goede zeden.
34Ontwaakt tot gerechtigheid en zondigt niet, want sommigen hebben geen kennis van God. Ik zeg dit tot uw beschaming.
35Maar iemand zal zeggen: Hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij?
36Dwaas! Wat u zaait, wordt niet levend gemaakt, tenzij het sterft.
En wat u zaait, zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kaal graan, misschien van tarwe of van enig ander graan.
Maar God geeft het een lichaam zoals het Hem behaagd heeft, en aan elk zaad zijn eigen lichaam.
39Niet al het vlees is hetzelfde vlees, maar er is een vlees van mensen, een ander vlees van beesten, een ander van vissen en een ander van vogels.
40Er zijn ook hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is anders dan die van de aardse.
41Er is een heerlijkheid van de zon, een andere heerlijkheid van de maan en een andere heerlijkheid van de sterren; want de ene ster verschilt van de andere ster in heerlijkheid.
42Zo is ook de opstanding van de doden. Het wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid.