1 Korintiërs 2:16
“Want wie heeft de zin des Heren gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 2 — omringende verzen
Want welk mens kent de dingen van de mens dan door de geest van de mens die in hem is? Alzo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God.
12Wij nu hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God geschonken zijn,
13Welke dingen wij ook spreken, niet in woorden die de menselijke wijsheid leert, maar die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke vergelijkend.
14Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
15Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, doch hijzelf wordt door niemand beoordeeld.
Want wie heeft de zin des Heren gekend, dat hij Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus.