1 Korintiërs 8:9
“Maar zie toe dat deze uw vrijheid op enigerlei wijze geen aanstoot worde voor hen die zwak zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 8 — omringende verzen
Wat dus betreft het eten van hetgeen aan de afgoden geofferd is: wij weten dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen andere God is dan Eén.
5Want hoewel er zogenaamde goden zijn, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn),
6toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn en wij tot Hem; en één Heer Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.
7Maar niet in ieder mens is die kennis; want sommigen eten met het besef van de afgod tot op dit uur het vlees als iets dat aan een afgod geofferd is, en hun geweten, zwak zijnde, wordt bevlekt.
8Maar spijs beveelt ons niet bij God; want noch indien wij eten, zijn wij beter af, noch indien wij niet eten, zijn wij slechter af.
Maar zie toe dat deze uw vrijheid op enigerlei wijze geen aanstoot worde voor hen die zwak zijn.
Want indien iemand u, die kennis hebt, ziet aanliggen in de afgodstempel, zal dan niet het geweten van hem die zwak is, gesterkt worden om te eten van hetgeen aan de afgoden geofferd is?
11En door uw kennis zal de zwakke broeder verloren gaan, voor wie Christus gestorven is.
12Maar wanneer gij zo zondigt tegen de broeders en hun zwakke geweten verwondt, zondigt gij tegen Christus.
13Daarom, indien spijs mijn broeder doet struikelen, zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet doe struikelen.