1 Kronieken 1:39
“En de zonen van Lotan: Hori en Homam; en Timna was de zuster van Lotan.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 1 — omringende verzen
En Abraham verwekte Izak. De zonen van Izak: Ezau en Israël.
35De zonen van Ezau: Elifaz, Reüel, en Jeüs, en Jaälam, en Korach.
36De zonen van Elifaz: Teman, en Omar, Zefi, en Gaätam, Kenaz, en Timna, en Amalek.
37De zonen van Reüel: Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
38En de zonen van Seïr: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer en Disan.
En de zonen van Lotan: Hori en Homam; en Timna was de zuster van Lotan.
De zonen van Sobal: Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam. En de zonen van Zibeon: Aja en Ana.
41De zonen van Ana: Dison. En de zonen van Dison: Amram, en Esban, en Ithran en Cheran.
42De zonen van Ezer: Bilhan, en Zaävan en Jakan. De zonen van Disan: Uz en Aran.
43Nu zijn dit de koningen die regeerden in het land Edom, voordat er een koning over de kinderen Israëls regeerde: Bela, de zoon van Beor; en de naam van zijn stad was Dinhabah.
44En toen Bela gestorven was, regeerde Jobab, de zoon van Zerah uit Bozra, in zijn plaats.