1 Kronieken 11:10
“Dit zijn de hoofden van Davids helden, die zich samen met hem in zijn koninkrijk sterk betoonden, met geheel Israël, om hem koning te maken, naar het woord van de HEER over Israël.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 11 — omringende verzen
En de inwoners van Jebus zeiden tot David: Gij zult hier niet binnenkomen. Maar David nam de burcht Sion in, welke de stad van David is.
6En David zei: Wie de Jebusieten het eerst verslaat, zal hoofd en aanvoerder zijn. En Joab, de zoon van Zeruja, ging het eerst naar boven, en werd het hoofd.
7En David woonde in de burcht; daarom noemden zij die de stad van David.
8En hij bouwde de stad rondom, van Millo af rondom; en Joab herstelde het overige gedeelte van de stad.
9Zo werd David steeds groter en machtiger, want de HEER der heerscharen was met hem.
Dit zijn de hoofden van Davids helden, die zich samen met hem in zijn koninkrijk sterk betoonden, met geheel Israël, om hem koning te maken, naar het woord van de HEER over Israël.
En dit is het getal van de helden die David had: Jashobeam, een Hachmoniet, het hoofd van de aanvoerders; hij hief zijn speer op tegen driehonderd, die hij in één keer versloeg.
12En na hem was Eleazar, de zoon van Dodo, de Ahohiet, die behoorde tot de drie helden.
13Hij was bij David te Pasdammim, en daar hadden de Filistijnen zich verzameld ten strijde, op een stuk land vol gerst; en het volk vluchtte voor de Filistijnen.
14Maar zij stelden zich op in het midden van dat stuk land, en verdedigden het, en versloegen de Filistijnen; en de HEER verleende hun een grote overwinning.
15En drie van de dertig aanvoerders daalden neer naar de rots tot David, in de spelonk van Adullam; en het leger van de Filistijnen had zijn kamp geslagen in het dal Refaïm.