Terug naar 1 Kronieken 11
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 11:22

Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapper man uit Kabzeël, die veel heldendaden verricht had; hij versloeg twee leeuwachtige mannen van Moab; ook daalde hij neer en versloeg een leeuw in een kuil, op een dag dat het gesneeuwd had.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 11 — omringende verzen

17

En David verlangde en zei: Och, wie zou mij te drinken geven van het water uit de put van Bethlehem, die bij de poort is!

18

Toen braken de drie door het leger van de Filistijnen heen, en schepten water uit de put van Bethlehem, die bij de poort was, en namen het mee en brachten het tot David; maar David wilde het niet drinken, maar goot het uit voor de HEER.

19

En hij zei: Mijn God verhoede het mij, dat ik dit zou doen; zou ik het bloed drinken van deze mannen, die hun leven op het spel gezet hebben? Want met gevaar van hun leven hebben zij het gebracht. Daarom wilde hij het niet drinken. Dit deden deze drie helden.

20

En Abishai, de broeder van Joab, hij was het hoofd van de drie; want hij hief zijn speer op tegen driehonderd en versloeg hen, en hij had een naam onder de drie.

21

Onder de drie was hij het meest geëerd, meer dan de twee; en hij was hun aanvoerder; maar hij bereikte de eerste drie niet.

22

Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapper man uit Kabzeël, die veel heldendaden verricht had; hij versloeg twee leeuwachtige mannen van Moab; ook daalde hij neer en versloeg een leeuw in een kuil, op een dag dat het gesneeuwd had.

23

En hij versloeg een Egyptenaar, een man van grote gestalte, vijf ellen lang; en in de hand van de Egyptenaar was een speer als een weversrol; maar hij ging naar hem toe met een staf, en rukte de speer uit de hand van de Egyptenaar, en doodde hem met zijn eigen speer.

24

Deze dingen deed Benaja, de zoon van Jojada, en hij had een naam onder de drie helden.

25

Zie, hij was geëerd onder de dertig, maar hij bereikte de eerste drie niet; en David stelde hem aan over zijn lijfwacht.

26

En de dappere mannen der heirscharen waren: Asahel, de broeder van Joab, en Elhanan, de zoon van Dodo uit Bethlehem,

27

Shammoth de Haroriet, Helez de Peloniet,