1 Kronieken 15:28
“Aldus bracht geheel Israël de ark van het verbond des HEREN op met gejuich en met het geluid van de hoorn, en met trompetten en met cimbalen, luid spelend op luiten en harpen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 15 — omringende verzen
En Berechja en Elkana waren poortwachters bij de ark.
24En Sebanja en Josafat en Nethaneël en Amasai, en Zacharia en Benaja en Eliëzer, de priesters, bliezen op de trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortwachters bij de ark.
25Zo gingen David en de oudsten van Israël en de oversten der duizenden heen om de ark van het verbond des HEREN met vreugde op te brengen uit het huis van Obed-Edom.
26En het geschiedde, toen God de Levieten hielp die de ark van het verbond des HEREN droegen, dat zij zeven stieren en zeven rammen offerden.
27En David was bekleed met een mantel van fijn linnen, evenals al de Levieten die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de leider van de zang met de zangers; David droeg ook een linnen efod.
Aldus bracht geheel Israël de ark van het verbond des HEREN op met gejuich en met het geluid van de hoorn, en met trompetten en met cimbalen, luid spelend op luiten en harpen.
En het geschiedde, toen de ark van het verbond des HEREN in de stad van David kwam, dat Michal, de dochter van Saul, door het venster keek en koning David zag dansen en spelen; en zij verachtte hem in haar hart.