1 Kronieken 16:33
“Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEREN, omdat Hij komt om de aarde te richten.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 16 — omringende verzen
Geeft de HEER, gij geslachten der volken, geeft de HEER eer en sterkte.
29Geeft de HEER de eer die Zijn Naam toekomt; brengt een offer en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt de HEER in heilige sier.
30Siddert voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde; ook zal de wereld vast staan, zodat zij niet wankelt.
31Laat de hemelen zich verblijden en laat de aarde zich verheugen, en laat men onder de heidenen zeggen: De HEER regeert!
32Laat de zee bruisen en haar volheid; laat het veld zich verblijden en alles wat daarop is.
Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEREN, omdat Hij komt om de aarde te richten.
Looft de HEER, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons uit de heidenen, opdat wij Uw heilige Naam loven en roemen in Uw lof.
36Geloofd zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot in eeuwigheid. En al het volk zei: Amen, en loofde de HEER.
37Zo liet hij daar voor de ark van het verbond des HEREN Asaf en zijn broeders achter, om geregeld voor de ark te dienen, zoals het werk van elke dag vereiste.
38En Obed-Edom met hun broeders, achtenzestig; ook Obed-Edom, de zoon van Jeduthun, en Hosa, om poortwachters te zijn.