1 Kronieken 16:41
“En met hen Heman en Jeduthun en de overigen die uitgekozen waren, die met name genoemd werden, om de HEER te loven, omdat Zijn goedertierenheid tot in eeuwigheid is.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 16 — omringende verzen
Geloofd zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot in eeuwigheid. En al het volk zei: Amen, en loofde de HEER.
37Zo liet hij daar voor de ark van het verbond des HEREN Asaf en zijn broeders achter, om geregeld voor de ark te dienen, zoals het werk van elke dag vereiste.
38En Obed-Edom met hun broeders, achtenzestig; ook Obed-Edom, de zoon van Jeduthun, en Hosa, om poortwachters te zijn.
39En Zadok, de priester, en zijn broeders, de priesters, voor de tabernakel des HEREN op de hoogte die te Gibeon was,
40Om de HEER geregeld brandoffers te brengen op het brandofferaltaar, des morgens en des avonds, en om te doen naar alles wat geschreven staat in de wet des HEREN, die Hij Israël geboden had.
En met hen Heman en Jeduthun en de overigen die uitgekozen waren, die met name genoemd werden, om de HEER te loven, omdat Zijn goedertierenheid tot in eeuwigheid is.
En met hen waren Heman en Jeduthun met trompetten en cimbalen voor hen die spelen, en met muziekinstrumenten Gods. En de zonen van Jeduthun waren poortwachters.
43En al het volk ging heen, een ieder naar zijn huis, en David keerde terug om zijn huis te zegenen.