1 Kronieken 17:27
“Nu dan, laat het U behagen het huis van Uw dienaar te zegenen, opdat het voor eeuwig voor U zij; want wat Gij, HEER, zegent, zal voor eeuwig gezegend zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 17 — omringende verzen
Want Uw volk Israël hebt Gij U tot een eigen volk gemaakt voor eeuwig, en Gij, HEER, zijt hun God geworden.
23Daarom nu, HEER, laat het woord dat Gij gesproken hebt over Uw dienaar en over zijn huis, voor eeuwig bevestigd worden, en doe zoals Gij gesproken hebt.
24Laat het bevestigd worden, opdat Uw Naam voor eeuwig groot gemaakt worde, zodat men zegt: De HEER der heerscharen is de God van Israël, een God voor Israël; en laat het huis van David, Uw dienaar, voor U bevestigd worden.
25Want Gij, mijn God, hebt Uw dienaar geopenbaard dat Gij hem een huis zult bouwen; daarom heeft Uw dienaar zijn hart gevonden om vóór U te bidden.
26En nu, HEER, Gij zijt God, en Gij hebt deze weldaad Uw dienaar beloofd.
Nu dan, laat het U behagen het huis van Uw dienaar te zegenen, opdat het voor eeuwig voor U zij; want wat Gij, HEER, zegent, zal voor eeuwig gezegend zijn.