1 Kronieken 23:12
“De zonen van Kehath: Amram, Jizhar, Hebron en Uzziël, vier.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 23 — omringende verzen
Van de Gersonieten waren er Laädan en Simeï.
8De zonen van Laädan: de voornaamste was Jehiël, en Zetham en Joël, drie.
9De zonen van Simeï: Selomith, Haziël en Haran, drie. Dezen waren de hoofden van de families van Laädan.
10En de zonen van Simeï waren: Jahat, Zina, Jeüs en Beria. Dezen vier waren de zonen van Simeï.
11Jahat was de voornaamste en Ziza de tweede; maar Jeüs en Beria hadden niet veel zonen; daarom werden zij als één familie gerekend, naar het huis van hun vader.
De zonen van Kehath: Amram, Jizhar, Hebron en Uzziël, vier.
De zonen van Amram: Aäron en Mozes. En Aäron werd afgezonderd om de allerheiligste dingen te heiligen, hij en zijn zonen voor altijd, om reukwerk te branden voor de HEER, Hem te dienen en in zijn naam te zegenen voor altijd.
14Aangaande Mozes, de man Gods: zijn zonen werden gerekend tot de stam van Levi.
15De zonen van Mozes waren: Gersom en Eliëzer.
16Van de zonen van Gersom was Sebuel de voornaamste.
17En de zonen van Eliëzer waren: Rehabia de voornaamste. En Eliëzer had geen andere zonen; maar de zonen van Rehabia waren zeer talrijk.