1 Kronieken 24:18
“De drieëntwintigste aan Delaja, de vierentwintigste aan Maäzja.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 24 — omringende verzen
Het dertiende op Huppa, het veertiende op Jesjebeab,
14Het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer,
15Het zeventiende op Hezir, het achttiende op Afses,
16Het negentiende op Petahja, het twintigste op Jehezekel,
17Het eenentwintigste op Jachin, het tweeëntwintigste op Gamul,
De drieëntwintigste aan Delaja, de vierentwintigste aan Maäzja.
Dit waren de ordeningen van hen in hun dienst om het huis van de HEER binnen te gaan, overeenkomstig hun wijze, onder Aäron hun vader, zoals de HEER, de God van Israël, hem geboden had.
20En de overige zonen van Levi waren dezen: Van de zonen van Amram: Subaël; van de zonen van Subaël: Jehdeja.
21Aangaande Rehabja: van de zonen van Rehabja was de eerste Jissia.
22Van de Jizharieten: Selomoth; van de zonen van Selomoth: Jahath.
23En de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahazïel de derde, Jekameam de vierde.