1 Kronieken 29:27
“En de tijd dat hij over Israël regeerde, was veertig jaar; zeven jaar regeerde hij in Hebron, en drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 29 — omringende verzen
En zij aten en dronken voor de HEER op die dag met grote blijdschap. En zij maakten Salomo, de zoon van David, voor de tweede maal koning, en zalfden hem voor de HEER tot opperste vorst, en Zadok tot priester.
23Toen zat Salomo op de troon van de HEER als koning in de plaats van zijn vader David, en hij had voorspoed; en geheel Israël gehoorzaamde hem.
24En al de vorsten en de machtige mannen, en ook al de zonen van koning David, onderworpen zich aan koning Salomo.
25En de HEER maakte Salomo buitengewoon groot in de ogen van geheel Israël, en schonk hem een koninklijke majesteit zoals geen enkele koning vóór hem in Israël had gehad.
26Zo regeerde David, de zoon van Isaï, over geheel Israël.
En de tijd dat hij over Israël regeerde, was veertig jaar; zeven jaar regeerde hij in Hebron, en drieëndertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
En hij stierf in hoge ouderdom, verzadigd van dagen, rijkdom en eer; en zijn zoon Salomo regeerde in zijn plaats.
29De daden van David de koning nu, de eerste en de laatste, zie, zij zijn geschreven in het boek van Samuel de ziener, en in het boek van Nathan de profeet, en in het boek van Gad de ziener,
30Met zijn gehele regering en zijn macht, en de tijden die over hem en over Israël en over alle koninkrijken der landen zijn gegaan.