1 Kronieken 3:16
“En de zonen van Jojakim: Jechonja zijn zoon, Zedekia zijn zoon.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 3 — omringende verzen
Joram zijn zoon, Ahazia zijn zoon, Joas zijn zoon,
12Amazia zijn zoon, Azaria zijn zoon, Jotham zijn zoon,
13Achaz zijn zoon, Hizkia zijn zoon, Manasse zijn zoon,
14Amon zijn zoon, Josia zijn zoon.
15En de zonen van Josia waren: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum.
En de zonen van Jojakim: Jechonja zijn zoon, Zedekia zijn zoon.
En de zonen van Jechonja: Assir, Sealthiël zijn zoon,
18Ook Malchiram, en Pedaja, en Shenazar, Jecamja, Hoshama en Nedabja.
19En de zonen van Pedaja waren: Zerubbabel en Simeï; en de zonen van Zerubbabel: Mesullam en Hananja, en Selomith hun zuster;
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusab-Hesed — vijf.
21En de zonen van Hananja: Pelatja en Jesaja; de zonen van Refaja, de zonen van Arnan, de zonen van Obadja, de zonen van Sechanja.