1 Kronieken 6:44
“En hun broeders, de zonen van Merari, stonden aan de linkerhand: Ethan, de zoon van Kisi, de zoon van Abdi, de zoon van Malluch,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 6 — omringende verzen
En zijn broeder Asaf, die aan zijn rechterhand stond, namelijk Asaf, de zoon van Berechja, de zoon van Simea,
40De zoon van Michaël, de zoon van Baaseja, de zoon van Malchía,
41De zoon van Ethni, de zoon van Zerah, de zoon van Adája,
42De zoon van Ethan, de zoon van Zimma, de zoon van Simeï,
43De zoon van Jahath, de zoon van Gersom, de zoon van Levi.
En hun broeders, de zonen van Merari, stonden aan de linkerhand: Ethan, de zoon van Kisi, de zoon van Abdi, de zoon van Malluch,
De zoon van Hasabja, de zoon van Amazia, de zoon van Hilkia,
46De zoon van Amzi, de zoon van Bani, de zoon van Samer,
47De zoon van Mahli, de zoon van Musi, de zoon van Merari, de zoon van Levi.
48Ook hun broeders, de Levieten, waren aangesteld voor allerlei dienst van de tabernakel van het huis Gods.
49Maar Aäron en zijn zonen offerden op het brandofferaltaar en op het reukofferaltaar, en waren aangesteld voor al het werk van het allerheiligste, en om verzoening te doen voor Israël, overeenkomstig alles wat Mozes, de dienaar Gods, geboden had.