1 Kronieken 7:33
“En de zonen van Jaflet: Pasach, en Bimhal, en Asvath. Dit zijn de kinderen van Jaflet.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 7 — omringende verzen
En hun bezittingen en woonplaatsen waren Bethel en zijn omliggende plaatsen, en oostwaarts Naäran, en westwaarts Gezer met zijn omliggende plaatsen; ook Sichem en zijn omliggende plaatsen, tot aan Gaza en zijn omliggende plaatsen.
29En aan de grenzen van de kinderen van Manasse: Bet-Sean en zijn omliggende plaatsen, Taänach en zijn omliggende plaatsen, Megiddo en zijn omliggende plaatsen, Dor en zijn omliggende plaatsen. In deze woonden de kinderen van Jozef, de zoon van Israël.
30De zonen van Aser: Jimna, en Jesua, en Jisuaï, en Beria, en Serah hun zuster.
31En de zonen van Beria: Heber, en Malchiël, die de vader is van Birzavith.
32En Heber verwekte Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua hun zuster.
En de zonen van Jaflet: Pasach, en Bimhal, en Asvath. Dit zijn de kinderen van Jaflet.
En de zonen van Samer: Ahi, en Rohga, Jehubba, en Aram.
35En de zonen van zijn broeder Helem: Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.
36De zonen van Zofah: Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Imra,
37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Ithran, en Beëra.
38En de zonen van Jether: Jefunne, en Pispa, en Ara.