VSV
Statenvertaling1 Kronieken 7:39
“En de zonen van Ulla: Arah, en Hanniël, en Rezia.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 7 — omringende verzen
34
En de zonen van Samer: Ahi, en Rohga, Jehubba, en Aram.
35En de zonen van zijn broeder Helem: Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.
36De zonen van Zofah: Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Imra,
37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Ithran, en Beëra.
38En de zonen van Jether: Jefunne, en Pispa, en Ara.
39
40En de zonen van Ulla: Arah, en Hanniël, en Rezia.
Dit alles waren de kinderen van Aser, hoofden van hun vaderlijk huis, uitgelezen en krachtige mannen van dapperheid, hoofden onder de vorsten. En het getal van hen die in het geslachtsregister ingeschreven waren, bekwaam voor de oorlog en voor de strijd, was zesentwintigduizend man.