1 Kronieken 7:5
“En hun broeders onder alle geslachten van Issachar waren dappere mannen van kracht, ingeschreven in al hun geslachtsregisters, zeven en tachtigduizend.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 7 — omringende verzen
De zonen van Issachar nu waren: Tola en Pua, Jasub en Simrom, vier.
2En de zonen van Tola: Uzzi en Refaja, en Jeriël en Jahmai, en Jibsam en Semuël, hoofden van het huis hunner vaderen, te weten van Tola; zij waren dappere mannen van kracht in hun geslachten; hun getal was in de dagen van David twee en twintigduizend en zeshonderd.
3En de zonen van Uzzi: Jizrahja; en de zonen van Jizrahja: Michaël en Obadja en Joël, Jissia, vijf; allen hoofdlieden.
4En met hen, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, waren legerbenden voor de strijd, zes en dertigduizend man; want zij hadden vele vrouwen en zonen.
En hun broeders onder alle geslachten van Issachar waren dappere mannen van kracht, ingeschreven in al hun geslachtsregisters, zeven en tachtigduizend.
De zonen van Benjamin: Bela en Becher en Jediael, drie.
7En de zonen van Bela: Ezbon en Uzzi en Uzziël en Jerimoth en Iri, vijf; hoofden van het huis hunner vaderen, dappere mannen van kracht; en zij werden ingeschreven in hun geslachtsregisters: twee en twintigduizend en vier en dertig.
8En de zonen van Becher: Zemira en Joas en Eliëzer en Elioenai en Omri en Jerimoth en Abia en Anathoth en Alameth. Al dezen zijn de zonen van Becher.
9En hun getal, naar hun geslachtsregister, naar hun geslachten, de hoofden van het huis hunner vaderen, dappere mannen van kracht, was twintigduizend en tweehonderd.
10De zonen van Jediael nu waren: Bilhan; en de zonen van Bilhan: Jeus en Benjamin en Ehud en Chenaäna en Zethan en Tharsis en Ahisahar.