1 Kronieken 9:20
“En Pinehas, de zoon van Eleazar, was vroeger hun opzichter, en de HEER was met hem.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 9 — omringende verzen
En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zichri, de zoon van Asaf;
16En Obadja, de zoon van Semaja, de zoon van Galal, de zoon van Jeduthun, en Berechja, de zoon van Asa, de zoon van Elkana, die woonde in de dorpen der Netofatieten.
17En de poortwachters waren: Sallum, en Akkub, en Talmon, en Ahiman, en hun broederen; Sallum was het hoofd;
18Zij die tot nu toe de wacht hielden bij de koningspoort aan de oostzijde; zij waren poortwachters in de afdelingen van de kinderen van Levi.
19En Sallum, de zoon van Kore, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korach, en zijn broederen, van het huis zijns vaders, de Korachieten, waren aangesteld over het dienstwerk als bewakers der poorten van de tabernakel; en hun vaderen waren over het leger des HEREN aangesteld als bewakers van de ingang.
En Pinehas, de zoon van Eleazar, was vroeger hun opzichter, en de HEER was met hem.
En Zacharia, de zoon van Meselemja, was poortwachter bij de deur van de tent der samenkomst.
22Allen die gekozen waren als poortwachters bij de poorten waren tweehonderd en twaalf. Zij werden in hun geslachtsregisters ingeschreven in hun dorpen; hen hadden David en Samuel, de ziener, aangesteld in hun vaste ambt.
23Zo hadden zij en hun kinderen het toezicht over de poorten van het huis des HEREN, namelijk het huis van de tabernakel, bij beurten.
24Aan vier zijden waren de poortwachters: aan de oost-, west-, noord- en zuidzijde.
25En hun broederen, die in hun dorpen woonden, kwamen om de zeven dagen bij toerbeurt bij hen.