1 Petrus 2:20
“Want welke lof verdient u, als u het geduldig verdraagt wanneer u slagen ontvangt wegens uw zonden? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u lijdt terwijl u het goede doet, dan is dat genade bij God.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Petrus 2 — omringende verzen
Want zo is de wil van God, dat u door het goede te doen de onwetendheid van de onverstandige mensen tot zwijgen brengt,
16Als vrijen, en niet als mensen die hun vrijheid gebruiken als een dekmantel voor de boosheid, maar als dienstknechten van God.
17Eert alle mensen. Hebt de broederschap lief. Vreest God. Eert de koning.
18Slaven, weest in alle vreze uw meesters onderdanig, niet alleen de goedertierene en bescheidene, maar ook de onredelijke.
19Want dit is prijzenswaardig, als iemand om zijn geweten voor God smart verdraagt en ten onrechte lijdt.
Want welke lof verdient u, als u het geduldig verdraagt wanneer u slagen ontvangt wegens uw zonden? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u lijdt terwijl u het goede doet, dan is dat genade bij God.
Want daartoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen.
22Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is,
23Die, als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt.
24Die Zelf onze zonden in Zijn eigen lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden gestorven zijnde, voor de gerechtigheid zouden leven; door Wiens striemen u genezen bent.
25Want u was als dwalende schapen, maar u hebt u nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.