1 Samuël 11:2
“En Nahas, de Ammoniet, antwoordde hun: Op deze voorwaarde zal ik een verbond met u sluiten, dat ik u allen het rechteroog uitsteek, en dit tot een smaad stel over gans Israël.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 11 — omringende verzen
Toen trok Nahas, de Ammoniet, op en legerde zich tegen Jabes in Gilead; en al de mannen van Jabes zeiden tot Nahas: Sluit een verbond met ons, en wij zullen u dienen.
En Nahas, de Ammoniet, antwoordde hun: Op deze voorwaarde zal ik een verbond met u sluiten, dat ik u allen het rechteroog uitsteek, en dit tot een smaad stel over gans Israël.
En de oudsten van Jabes zeiden tot hem: Geef ons zeven dagen uitstel, opdat wij boden mogen zenden in alle grenzen van Israël; en indien er dan niemand is die ons verlost, dan zullen wij tot u uitkomen.
4Toen kwamen de boden te Gibea van Saul, en spraken deze woorden voor de oren van het volk; en het ganse volk hief zijn stem op en weende.
5En zie, Saul kwam achter het vee uit het veld; en Saul zei: Wat is er met het volk, dat zij wenen? En zij vertelden hem de woorden van de mannen van Jabes.
6En de Geest Gods kwam over Saul toen hij die woorden hoorde, en zijn toorn ontbrandde zeer.
7En hij nam een juk ossen, en hieuw ze in stukken, en zond ze in alle grenzen van Israël door de hand van boden, zeggende: Wie niet uittrekt, achter Saul en achter Samuël, alzo zal zijn ossen gedaan worden. En de vreze des HEREN viel op het volk, en zij trokken uit als één man.