1 Samuël 12:18
“En Samuël riep tot de HEER; en de HEER zond donder en regen op die dag; en al het volk vreesde de HEER en Samuël zeer.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 12 — omringende verzen
Nu dan, zie de koning die gij gekozen hebt en dien gij begeerd hebt! en zie, de HEER heeft een koning over u aangesteld.
14Als gij de HEER zult vrezen en Hem dienen, en Zijn stem gehoorzamen en de geboden des HEREN niet overtreedt, dan zult zowel gij als de koning die over u regeert de HEER uw God blijven volgen.
15Maar indien gij de stem des HEREN niet gehoorzaamt, maar het gebod des HEREN overtreedt, dan zal de hand des HEREN tegen u zijn, zoals zij tegen uw vaderen was.
16Nu dan, staat stil en aanschouwt dit grote ding, dat de HEER voor uw ogen doen zal.
17Is het niet heden tarweoogst? Ik zal de HEER aanroepen, en Hij zal donder en regen zenden; opdat gij inziet en ziet hoe groot uw boosheid is die gij gedaan hebt in de ogen des HEREN, door voor u een koning te vragen.
En Samuël riep tot de HEER; en de HEER zond donder en regen op die dag; en al het volk vreesde de HEER en Samuël zeer.
En al het volk zeide tot Samuël: Bid voor uw knechten tot de HEER uw God, opdat wij niet sterven; want wij hebben tot al onze zonden dit kwaad toegevoegd, dat wij voor ons een koning gevraagd hebben.
20En Samuël zeide tot het volk: Vreest niet; gij hebt wel dit alles kwaads gedaan, maar wijkt niet af van de HEER te volgen, maar dient de HEER met heel uw hart;
21en wijkt niet af; want dan zoudt gij achter ijdele dingen aangaan, die niet baten noch redden kunnen, want zij zijn ijdel.
22Want de HEER zal Zijn volk niet verlaten omwille van Zijn grote Naam; want het heeft de HEER behaagd u Zijn volk te maken.
23Bovendien is het mij verre, dat ik zou zondigen tegen de HEER door op te houden voor u te bidden; maar ik zal u de goede en rechte weg leren.