1 Samuël 15:2
“Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik gedenk wat Amalek Israël heeft aangedaan, hoe hij hem de weg versperde toen hij uit Egypte optrok.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 15 — omringende verzen
Samuël zeide ook tot Saul: De HEER heeft mij gezonden om u te zalven tot koning over Zijn volk, over Israël; luister dan nu naar de stem van de woorden des HEREN.
Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik gedenk wat Amalek Israël heeft aangedaan, hoe hij hem de weg versperde toen hij uit Egypte optrok.
Ga nu heen en versla Amalek, en verban alles wat het heeft, en verschoon het niet; maar dood zowel man als vrouw, kind als zuigeling, rund als schaap, kameel als ezel.
4En Saul riep het volk samen en telde hen in Telaim: tweehonderdduizend voetvolk, en tienduizend mannen van Juda.
5En Saul kwam tot een stad van Amalek, en legde een hinderlaag in het dal.
6En Saul zeide tot de Kenieten: Gaat weg, vertrekt, daalt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u niet met hen verdelg; want gij hebt barmhartigheid bewezen aan al de kinderen Israëls, toen zij uit Egypte optrokken. Zo vertrok de Keniet uit het midden der Amalekieten.
7En Saul versloeg de Amalekieten van Havila af, totdat gij komt te Sur, dat tegenover Egypte ligt.