Terug naar 1 Samuël 15
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 15:22

En Samuel zeide: Heeft de HEER evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEER? Zie, gehoorzamen is beter dan offer, en oplettend zijn dan het vet van rammen.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 15 — omringende verzen

17

En Samuel zeide: Toen gij klein waart in uw eigen ogen, zijt gij toen niet het hoofd gemaakt van de stammen van Israël? En de HEER zalfde u tot koning over Israël.

18

En de HEER zond u op een tocht en zeide: Ga en verdelg volkomen de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen totdat zij zijn uitgeroeid.

19

Waarom hebt gij dan niet gehoorzaamd aan de stem van de HEER, maar zijt op de buit gestort en hebt gedaan wat kwaad is in de ogen van de HEER?

20

En Saul zeide tot Samuel: Ja, ik heb gehoorzaamd aan de stem van de HEER, en ben gegaan op de weg die de HEER mij gezonden heeft, en heb Agag, de koning van Amalek, meegebracht, en heb de Amalekieten volkomen vernietigd.

21

Maar het volk nam van de buit, schapen en runderen, het voornaamste van wat volkomen vernietigd had moeten worden, om te offeren aan de HEER uw God in Gilgal.

22

En Samuel zeide: Heeft de HEER evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEER? Zie, gehoorzamen is beter dan offer, en oplettend zijn dan het vet van rammen.

23

Want ongehoorzaamheid is als de zonde van toverij, en eigenzinnigheid is als afgoderij en beeldendienst. Omdat gij het woord van de HEER verworpen hebt, heeft Hij u ook verworpen als koning.

24

En Saul zeide tot Samuel: Ik heb gezondigd; want ik heb het gebod van de HEER en uw woorden overtreden; omdat ik het volk vreesde en aan hun stem gehoorzaamde.

25

Nu dan, vergeef toch mijn zonde, en keer met mij terug, opdat ik de HEER mag aanbidden.

26

En Samuel zeide tot Saul: Ik keer niet met u terug; want gij hebt het woord van de HEER verworpen, en de HEER heeft u verworpen als koning over Israël.

27

En toen Samuel zich omdraaide om weg te gaan, greep hij de slip van zijn mantel, en die scheurde.