Terug naar 1 Samuël 2
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 2:8

Hij richt de arme op uit het stof en verheft de bedelaar uit het slijk, om hen te doen zitten bij de vorsten en hen de troon der eer te doen beërven; want de grondvesten der aarde zijn van de HEER, en Hij heeft de wereld daarop gezet.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 2 — omringende verzen

3

Spreekt niet langer zo buitenmate trots; laat geen hoogmoed uit uw mond komen, want de HEER is een God van wetenschap, en door Hem worden de daden gewogen.

4

De bogen der geweldigen zijn gebroken, en die struikelden, zijn omgord met kracht.

5

Zij die verzadigd waren, hebben zich voor brood verhuurd, en zij die honger hadden, zijn opgehouden; zodat de onvruchtbare er zeven gebaard heeft, en zij die vele kinderen had, krachteloos geworden is.

6

De HEER doodt en maakt levend; Hij doet nederdalen naar het graf en doet opkomen.

7

De HEER maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert en verhoogt.

8

Hij richt de arme op uit het stof en verheft de bedelaar uit het slijk, om hen te doen zitten bij de vorsten en hen de troon der eer te doen beërven; want de grondvesten der aarde zijn van de HEER, en Hij heeft de wereld daarop gezet.

9

Hij zal de voeten van Zijn heiligen bewaren, en de goddelozen zullen zwijgen in de duisternis, want door kracht zal geen mens zegevieren.

10

De tegenstanders van de HEER zullen verbrijzeld worden; uit de hemel zal Hij over hen donderen; de HEER zal de einden der aarde oordelen, en Hij zal Zijn koning kracht geven en de hoorn van Zijn gezalfde verhogen.

11

En Elkana ging naar Rama, naar zijn huis. En het kind diende de HEER onder het opzicht van Eli, de priester.

12

En de zonen van Eli waren zonen van Belial; zij kenden de HEER niet.

13

En de gewoonte der priesters met het volk was dat, wanneer iemand een offer bracht, de knecht van de priester kwam, terwijl het vlees kookte, met een drietandige vleeshaak in zijn hand.