1 Samuël 25:44
“Maar Saul had zijn dochter Michal, de vrouw van David, gegeven aan Palti, de zoon van Laïs, die van Gallim was.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 25 — omringende verzen
En toen David hoorde dat Nabal gestorven was, zei hij: Gezegend zij de HEER, Die mijn smaad gewroken heeft van de hand van Nabal en Zijn dienstknecht bewaard heeft van het kwaad! Want de HEER heeft de boosheid van Nabal op zijn eigen hoofd doen terugkeren. En David zond boodschappers en sprak met Abigaïl om haar tot vrouw te nemen.
40En toen de dienaren van David tot Abigaïl te Karmel kwamen, spraken zij tot haar en zeiden: David heeft ons tot u gezonden om u tot zijn vrouw te nemen.
41En zij stond op, boog zich met het aangezicht ter aarde neer en zei: Zie, uw dienstmaagd zij een dienares om de voeten te wassen van de dienaren van mijn heer.
42En Abigaïl haastte zich, stond op, reed op een ezel, met haar vijf dienstmaagden die haar volgden; en zij volgde de boodschappers van David en werd zijn vrouw.
43David nam ook Ahinoam van Jizreël, en zij waren beiden ook zijn vrouwen.
Maar Saul had zijn dochter Michal, de vrouw van David, gegeven aan Palti, de zoon van Laïs, die van Gallim was.